antwoord 3

Welke uitspraak is CORRECT?

a) In een adresseerbaar werkgeheugen heeft iedere byte in het werkgeheugen een eigen adres

b) Endianness slaat op de wijze waar het meest significante bit wordt geplaatst in een bitpatroon

c) De celruimte en adresruimte van het werkgeheugen kan verschillen, maar de celruimte moet wel minstens even groot

d) RAM staat voor Random Address Memory

vraag 3

Welke uitspraak is CORRECT?

a) In een adresseerbaar werkgeheugen heeft iedere byte in het werkgeheugen een eigen adres

b) Endianness slaat op de wijze waar het meest significante bit wordt geplaatst in een bitpatroon

c) De celruimte en adresruimte van het werkgeheugen kan verschillen, maar de celruimte moet wel minstens even groot

d) RAM staat voor Random Address Memory

antwoord 3

Welke uitspraak is CORRECT?

a) In een adresseerbaar werkgeheugen heeft iedere byte in het werkgeheugen een eigen adres

b) Endianness slaat op de wijze waar het meest significante bit wordt geplaatst in een bitpatroon

c) De celruimte en adresruimte van het werkgeheugen kan verschillen, maar de celruimte moet wel minstens even groot

d) RAM staat voor Random Address Memory

vraag 3

Welke uitspraak is CORRECT?

a) In een adresseerbaar werkgeheugen heeft iedere byte in het werkgeheugen een eigen adres

b) Endianness slaat op de wijze waar het meest significante bit wordt geplaatst in een bitpatroon

c) De celruimte en adresruimte van het werkgeheugen kan verschillen, maar de celruimte moet wel minstens even groot

d) RAM staat voor Random Address Memory